top of page
Zoeken

Als alles mogelijk is, waarom is kiezen dan zo moeilijk?

9 feb
4 minuten om te lezen

Als kind deed ik eigenlijk alles graag. Taal, wiskunde, later Latijn, Grieks, wetenschappen — ik vond het allemaal interessant. En dan waren er nog mijn hobby's. Piano, viool, orkest, scouts, atletiek, ... van alles uitproberen, altijd weer iets nieuws erbij. Gelukkig had ik een opa die bereid was om mij overal naartoe te rijden.


Dat klinkt heerlijk. En voor een groot stuk was het dat ook.


Tot ik moest kiezen.


Ik weet nog dat ik eigenlijk Latijn-Grieks-Wetenschappen wilde volgen. Alleen: die richting bestond niet. Er moest iets afvallen. En precies daar begon de stress. Niet omdat ik niet wist wat ik graag deed, maar omdat ik te veel graag deed. Kiezen voelde niet alleen als beslissen wat ik zou doen. Het voelde ook een beetje alsof ik moest beslissen wie ik zou worden. En wat als ik daarbij de verkeerde versie van mezelf koos?


Als veel mogelijkheden niet bevrijden, maar keuzes net verlammen

We denken gemakkelijk dat veel mogelijkheden een voordeel zijn. Wie goed is in wiskunde én talen, belangstelling heeft voor wetenschap én cultuur en bovendien nog allerlei andere interesses heeft, heeft toch geluk? Alle deuren staan open. Maar veel open deuren kunnen ook verlammend werken.


Ik herken dat vandaag bij mijn oudste zoon. Ook hij heeft veel interesses en mogelijkheden. Alleen leidt dat niet automatisch tot beweging. Integendeel: wanneer verschillende richtingen aantrekkelijk zijn, kan het moeilijk worden om überhaupt een eerste stap te zetten.


Want zodra je één deur binnengaat, lijken andere deuren zich te sluiten. Dat gevoel herken ik nog altijd.


Ook professioneel heb ik mezelf nooit graag tot één smal domein beperkt. Binnen de filosofie ben ik altijd breed blijven werken, verbanden blijven zoeken, verschillende gebieden blijven integreren.


Misschien is dat deels gewoon wie ik ben: iemand die moeilijk vrede neemt met één hokje.

Maar er zit ook een interessante vraag achter. Moeten we eigenlijk wel eerst weten wie we zijn voor we kunnen kiezen?


Vrouw schrijft in notitieboek aan houten bureau, omringd door boeken, planten, cello en bladmuziek in warme studeerkamer.

Wie ben ik? Misschien is dat niet de juiste eerste vraag

Bij studie- en loopbaankeuzes proberen we vaak eerst een soort profiel van onszelf te maken. Wie ben ik?Waar ben ik goed in?Wat past bij mij?Welke richting hoort bij dat profiel?


Daar zit iets aantrekkelijks in. Alsof ergens een juiste combinatie bestaat tussen een vaste identiteit en de studie of loopbaan die daarbij hoort. Maar zo eenvoudig werkt identiteit niet.


We ontdekken niet eerst volledig wie we zijn om daarna de juiste keuzes te maken. We worden ook iemand door de keuzes die we maken. Dat betekent niet dat elke keuze willekeurig is. Natuurlijk spelen talenten, interesses, waarden en behoeften een rol. Zelfkennis helpt. Maar een keuze is geen definitieve uitspraak over wie je bent.


  • Je kiest een studierichting. Niet je volledige leven.

  • Je begint aan een job. Niet noodzakelijk aan de job die je tot je pensioen moet blijven doen.

  • Je kiest vandaag op basis van wat je nu weet over jezelf en over de wereld. En daarna blijf je verder ontdekken.


Een keuze hoeft niet heel je identiteit te dragen

Misschien leggen we daarom soms te veel gewicht op één beslissing. Zeker bij studiekeuze hoor je gemakkelijk taal als: Wat wil je later worden? Ik vond dat vroeger een bijna onmogelijke vraag. Want ik wilde niet één ding worden. En achteraf bekeken hoefde dat ook helemaal niet.


Ik ben geen manager geworden. Maar het stuk in mij dat graag organiseert, verantwoordelijkheid opneemt en mensen samenbrengt, krijgt wel volop ruimte als voorzitter van een symfonisch orkest en koor.


Ik ben geen dokter geworden, maar studiebol kan ik vandaag ruimschoots kwijt in de filosofie. En dat verlangen om iets voor mensen te betekenen vond zijn weg naar mijn werk in het onderwijs en naar coaching.


En ik ben geen diplomate geworden. Toch merk ik dat ook daar iets van is blijven hangen: mijn fascinatie voor verschillende perspectieven, proberen begrijpen waarom mensen anders naar dezelfde situatie kijken, zorgvuldig zoeken naar woorden, belangen afwegen en mensen opnieuw met elkaar in gesprek proberen te brengen. Ik gebruik dat misschien niet tussen staten, maar wel in een vergaderzaal, een klaslokaal of een gesprek met iemand die vastzit.


Dat vind ik achteraf gezien een bevrijdende gedachte. Niet alles wat je interesseert, hoeft in de functietitel op je visitekaartje terecht te komen. Een studierichting hoeft niet alles wat je bent te bevatten. Je hoeft niet al je interesses in één opleiding onder te brengen. Niet elke aanleg moet je beroep worden.


Misschien gaat het dus minder om de vraag: Welke keuze omgat alles wat ik ben? En meer om:


hoe kan ik doorheen mijn leven voldoende ruimte maken voor de verschillende dingen die belangrijk voor mij zijn?


Je mag onderweg opnieuw vragen stellen

Als ik nu terugkijk, denk ik dat ik vroeger vooral had willen begrijpen dat kiezen niet hetzelfde is als jezelf definitief vastleggen. Je maakt een keuze met de informatie, interesses en verlangens die je op dat moment hebt. En daarna mag je blijven vragen:


Past dit leven nog bij mij?

Wat wil ik meer ruimte geven?

Waar ben ik nieuwsgierig naar geworden?

Wat ontbreekt er?


Misschien leidt dat tot kleine aanpassingen. Misschien tot een nieuwe studie, een andere job of een heel ander pad.


Misschien bestaat een goed leven niet uit één juiste keuze, maar uit het vermogen om jezelf onderweg te blijven bevragen. Om te merken wanneer iets nog past, wanneer iets begint te wringen en wanneer het tijd is om opnieuw richting te kiezen.


Een keuze legt niet vast wie je bent. Ze geeft alleen vorm aan wie je op dat moment probeert te worden.


Merel

 
 
 

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page