Wat als je werk niet te zwaar is, maar te weinig?
Een aantal jaar geleden was ik een jaar adjunct-directeur van een secundaire school. Ik maakte roosters en planningen, trok het digitale luik naar me toe en bracht graag structuur in complexe puzzels. Ik kon dat goed. Misschien zelfs heel goed.
Alleen: ik werd er niet gelukkig van.
Dat was een interessante confrontatie. Want we gaan er nogal gemakkelijk van uit dat waar je goed in bent, ook wel zal zijn wat bij je past. Voor mij bleek dat niet zo eenvoudig.
Ik kan veel voldoening halen uit iets begrijpen, uit verbanden leggen, uit een probleem waarop ik het antwoord nog níét ken. Maar zodra iets vooral een kwestie wordt van efficiënt uitvoeren wat ik al kan, verdwijnt er na een tijd iets. Niet mijn vermogen om het te doen.
Wel mijn zin om het te doen.

Je kunt je vervelen terwijl je heel druk bezig bent
Verveling klinkt alsof je niets te doen hebt. Maar je kunt een overvolle agenda hebben en toch onderprikkeld zijn. Je werkt. Je haalt deadlines. Mensen zijn tevreden. Aan de buitenkant functioneert alles prima. En toch merk je dat je hoofd ergens anders naar begint te zoeken.
Ik ken dat bij mezelf ondertussen goed genoeg. Ook in mijn huidige werk weet mijn leidinggevende dat ik nieuwe uitdagingen nodig heb. Een nieuw vak mee ontwerpen, mij verdiepen in een onderwerp dat ik nog niet ken, iets moeten uitzoeken waarvan de uitkomst nog niet vastligt: daar krijg ik energie van.
Dat betekent niet dat mijn werk voortdurend nieuw of moeilijk moet zijn. Routine hoort erbij.
Maar blijkbaar heb ik wel geregeld iets nodig waarop ik mijn tanden kan stukbijten.
Misschien is “waar ben ik goed in?” niet de belangrijkste vraag
We denken over loopbanen vaak in termen van competenties. Wat kun je? Waarin blink je uit? Voor welke functie heb je de juiste vaardigheden? Logische vragen. Maar ze vertellen maar een deel van het verhaal. Je kunt iets uitstekend kunnen en er toch langzaam in leeglopen.
Misschien moeten we daarom ook vragen: Wat roept iets in mij wakker?
Nieuwsgierigheid? Concentratie? Zin om verder te zoeken? Het gevoel dat je mogelijkheden gebruikt die anders blijven liggen?
Voor mij ligt daar een interessante filosofische kwestie onder. Werk is niet alleen iets wat we doen. Het geeft ook vorm aan hoe we in de wereld staan. Aan welke kanten van onszelf ruimte krijgen — en welke nauwelijks aangesproken worden. Dat betekent niet dat één job alles moet bevatten wat je bent. Daar geloof ik net niet in. Maar als een belangrijk stuk van jezelf langdurig nergens nodig is, kan dat beginnen wringen.
Niet altijd weg. Soms eerst onderzoeken.
Wanneer dat gebeurt, hoeft de conclusie niet meteen te zijn dat je ontslag moet nemen.
Mijn eigen oplossing zit voor een stuk juist in beweging binnen mijn werk: nieuwe vakken, nieuwe onderwerpen, nieuwe vragen.
Daarom vind ik bij loopbaanvragen deze vraag interessanter dan “Welke andere job zou ik kunnen doen?”: Wat krijg ik hier eigenlijk te weinig?
Meer complexiteit? Autonomie? Creativiteit? Menselijk contact? Betekenis? De kans om iets nieuws te leren?
Pas als je dat weet, kun je onderzoeken wat er werkelijk moet veranderen.
Want soms is werk te zwaar. Maar soms is er iets anders aan de hand: je kunt alles wat van je gevraagd wordt — en toch wordt er te weinig van je gevraagd dat er voor jou echt toe doet.
Merel



Opmerkingen