top of page
Zoeken

Wanneer is een leven eigenlijk van jou?

7 jun
4 minuten om te lezen

Er is een vorm van onrust die ik moeilijker vind dan een duidelijk probleem. Wanneer er iets fout loopt, kun je tenminste zoeken naar een oorzaak. Een conflict. Te veel werk. Een verkeerde keuze. Iets dat moet stoppen of veranderen.


Maar wat als er eigenlijk niets aantoonbaar mis is?


De afgelopen jaren heb ik die vraag zelf meer dan eens gevoeld. Mijn leven bevat ontzettend veel dingen die ik belangrijk vind: mensen van wie ik hou, werk dat betekenis heeft, filosofie, muziek, engagementen, projecten, een gezin dat voortdurend in beweging is. En toch kan precies zo'n rijk leven soms een vreemde vraag oproepen:


Is dit nog mijn leven — of ben ik vooral heel goed geworden in het leven ervan?


Persoon in een warme studeerkamer aan houten bureau met notitieboek, boeken en mok; kijkt uit raam, rustige sfeer.

Een mens kan functioneren zonder zich thuis te voelen in zijn eigen leven

Filosofen hebben daar verschillende woorden voor gebruikt. Een ervan is vervreemding. We associëren vervreemding misschien eerst met Marx en arbeid: de arbeider die zichzelf niet meer herkent in wat hij produceert. Maar het begrip is breder bruikbaar.


Je kunt ook vervreemd raken van je eigen handelen. Niet omdat iemand anders letterlijk beslist wat je doet. Integendeel: veel van wat je doet, heb je ooit zelf gekozen.


Je hebt ja gezegd tegen een job. Tegen een relatie. Tegen kinderen. Tegen verantwoordelijkheden. Tegen engagementen.


Alle afzonderlijke keuzes kunnen oprecht de jouwe zijn. En toch kan het geheel op een bepaald moment vreemd beginnen voelen. Want blijkbaar is zelf gekozen niet hetzelfde als als eigen ervaren.


Vrijheid is meer dan kunnen kiezen

We denken over vrijheid vaak alsof ze vooral bestaat uit keuzemogelijkheden. Ik ben vrij als niemand mij dwingt en ik kan beslissen wat ik doe. Maar dat lijkt me een nogal dun begrip van vrijheid.


Harry Frankfurt maakte ooit een onderscheid dat ik hier interessant vind. We hebben niet alleen verlangens; we kunnen ons ook verhouden tot onze verlangens. Ik kan iets willen en tegelijk wensen dat dat verlangen míj niet zo sterk zou bepalen. Of omgekeerd: ik kan iets belangrijk vinden en merken dat ik er in mijn dagelijkse leven nauwelijks naar handel.


Vrij zijn betekent dan niet alleen doen wat je op een bepaald moment wilt. Het betekent ook dat je jezelf kunt herkennen in datgene wat jouw handelen stuurt.


En daar kan iets beginnen wringen. Je kunt immers een dag volledig vrijwillig vullen en 's avonds toch denken: maar was dit eigenlijk waar ik mijn tijd aan wilde geven?

Niemand heeft je gedwongen. En toch voelt het niet helemaal als vrijheid.


Een leven ontstaat ongemerkt

Misschien komt dat doordat we ons leven zelden als geheel kiezen. Niemand gaat op zijn vijfentwintigste aan tafel zitten met een blanco blad en ontwerpt zorgvuldig de komende twintig jaar. Een leven groeit.


Een engagement komt erbij. Een verantwoordelijkheid wordt vanzelfsprekend. Iemand heeft je nodig. Er dient zich een kans aan. Je zegt nog één keer ja. Een tijdelijke oplossing wordt een gewoonte.


En op een bepaald moment kijk je rond en besef je dat je leeft in een structuur die nooit door één beslissing tot stand is gekomen.


Ik herken dat heel sterk. Ik neem gemakkelijk verantwoordelijkheid op. Ik zie wat er moet gebeuren. Ik kan organiseren, oplossen, vooruitdenken. Dat zijn kwaliteiten waar ik blij mee ben. Maar kwaliteiten hebben ook een schaduwkant. Als je goed bent in dragen, krijg je gemakkelijk veel te dragen. En als je lang genoeg doet wat nodig is, kan de vraag naar wat je zelf nodig hebt verrassend stil worden. Niet omdat iemand die vraag verbiedt. Ze wordt gewoon steeds minder gesteld.


Heideggers ongemakkelijke inzicht


Heidegger heeft daar een term voor die ik ondanks alle filosofische bagage ervan nog altijd raak vind: das Man. We leven een groot deel van ons leven zoals men leeft.


Men werkt. Men zorgt voor zijn gezin. Men bouwt iets op. Men neemt verantwoordelijkheid. Men maakt verstandige keuzes. Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn.


Heideggers punt is ook niet dat we ons moeten terugtrekken uit de samenleving en alleen nog ons meest authentieke innerlijke zelf moeten volgen. Het probleem ontstaat wanneer de vanzelfsprekendheden van hoe men leeft zo sterk worden dat we vergeten dat we ons ertoe kunnen verhouden.


Dat er nog altijd een vraag mogelijk is:

Wil ík dit leven op deze manier leven?


Misschien is authenticiteit geen zoektocht naar je ‘ware zelf’

Bij authenticiteit denk ik trouwens niet aan het populaire idee dat ergens diep vanbinnen een volledig afgewerkt ‘ware zelf’ verborgen zit dat je alleen maar moet ontdekken. Zo zie ik mensen niet.


We worden mede gevormd door relaties, toevalligheden, verplichtingen en keuzes. Er bestaat geen Merel los van haar geschiedenis, haar kinderen, haar werk, haar muziek, haar relaties, de dingen waarvoor ze verantwoordelijkheid heeft opgenomen.


Authenticiteit kan dus niet betekenen dat ik al die invloeden wegpel tot alleen mijn “echte ik” overblijft. Misschien betekent het iets bescheidener — en moeilijkers:

dat ik mij actief blijf verhouden tot de persoon die ik aan het worden ben.


Dat ik niet alleen leef, maar af en toe ook kijk naar hoe ik leef. En mezelf de mogelijkheid gun om te zeggen:

dit wil ik behouden.

dit wil ik anders.

dit was ooit van mij, maar is het niet meer.

hier ben ik ongemerkt verdwenen.

hier wil ik opnieuw plaats innemen.


Een goed leven is niet hetzelfde als een goed georganiseerde biografie

Je kunt een leven hebben dat objectief behoorlijk geslaagd oogt. Goed werk. Liefde. Engagement. Talenten die je gebruikt. Een volle agenda. En toch zegt die opsomming nog niet of het een goed leven voor jou is.


Aristoteles wist al dat een goed leven meer is dan een verzameling aangename ervaringen. Het gaat om een bepaalde manier van leven, om wat we daadwerkelijk doen en worden. Maar precies daarom volstaat het volgens mij ook niet om aan het eind van de dag te kunnen zeggen dat alles gedaan is wat gedaan moest worden.


De vraag is niet alleen: Heb ik mijn leven goed georganiseerd?

Maar: Kan ik mijzelf herkennen in wat ik iedere dag aan het organiseren ben?


Dat is een vraag waarop ik zelf geen definitief antwoord heb. Gelukkig maar, misschien.

Want wellicht is een goed leven niet een leven waarin die vraag ooit voorgoed verdwijnt.

Misschien is het juist een leven waarin je haar af en toe opnieuw durft te stellen.


Merel

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page